In mei 2009 is het
onderstaande artikel gepubliceerd in Kroniek. Tijdschrift
Historisch Amersfoort 11 (2009) 2, pp.36-37.
Zon & Schild
door Jojanneke Clarijs
U kent het misschien wel: een prachtig gebouw
waar u bijna dagelijks langs rijdt, maar waarvan u eigenlijk
niet precies weet waarom het er staat zoals het er staat. Tot
voor kort gold dat voor mij voor Zon & Schild. In opdracht van
Bureau Monumentenzorg heb ik onderzoek gedaan naar de plaats van
Zon & Schild in de typologische ontwikkeling van de
psychiatrische centra.
Psychiatrisch centrum Zon &
Schild is een complex van verschillende paviljoens in een
bosrijke omgeving. Het is in de jaren 1928-1940 gerealiseerd
naar ontwerp van de architecten G. van Hoogevest uit Amersfoort
en de gebroeders J.G. en P.K. Mensink uit Apeldoorn. De
opdrachtgever was de Vereniging Nederlands Hervormde Stichtingen
voor zenuw- en geesteszieken.
De
opdrachtgever
Tijdens het interbellum raakte de Nederlandse samenleving steeds
meer verzuild en zo ook de medische en psychiatrische zorg.
Binnen de zuilen trad bovendien een differentiatie op, waarvan
de Vereniging Nederlands Hervormde Stichtingen voor zenuw- en
geesteszieken een voorbeeld is. Deze vereniging werd in 1927
opgericht als afsplitsing van de Vereniging tot Christelijke
Verzorging van Geestes- en Zenuwzieken, die een duidelijk
gereformeerd karakter had. Zon en Schild vormde het eerste
psychiatrisch centrum van de nieuwe stichting. De vereniging had
de keuze op Amersfoort laten vallen vanwege de centrale ligging,
de goede bereikbaarheid en de beschikbaarheid van een geschikt
terrein in een mooie omgeving. Het complex van Zon & Schild is
tussen 1928 en 1940 in verschillende fases gerealiseerd en bood
plaats aan circa 600 patiënten. In 1931 werd het feestelijk
geopend door koningin-moeder Emma. De naam was ontleend aan
Psalm 84:12 “Want God de HEERE is een zon en schild”.
Oorspronkelijke opzet van het complex
De meeste gebouwen van het oorspronkelijke complex zijn nog
aanwezig. Het complex had een overwegend symmetrische opzet,
waarbij de belangrijkste gebouwen aan weerszijden van een
centrale as lagen: de oprijlaan. Tegenover de entree en de
trafo- en meterhuisjes was het hoofdgebouw met twee vleugels
(1931) gesitueerd. Ten zuiden daarvan lagen twee keer twee
paviljoens voor de huisvesting van patiënten. De “rustige”
patiënten werden in het hoofdgebouw ondergebracht; de patiënten
met het meest “onrustige” gedrag woonden in de achterste,
zuidelijke vleugels (Bergopwaarts en Sparrenhof, 1934); en de
“half-onrustige” patiënten in de middelste paviljoens (Larikshof
en Cederhorst, 1938). De vrouwen waren in de oostelijke vleugel
en paviljoens gehuisvest; de mannen in de westelijke.
Bergopwaarts is inmiddels gesloopt. Daarnaast bevonden zich een
kerk (1934), een recreatiegebouw (De Veste, 1932), een
keukengebouw (Gildenhof, 1931), een therapiegebouw (Boslust),
een laboratorium (gesloopt), kassen (gesloopt), een tuinmanshuis
(1931), een lijkenhuisje (1931) en een sanatorium (Hebron, 1932)
met een klassenpaviljoen (1933, gesloopt) op het terrein. De
villa naast de hoofdentree was de directeursvilla (1931),
terwijl de andere woningen uit 1933 langs de Utrechtseweg voor
de artsen bestemd waren. Waarschijnlijk werd in de jaren
1935-1940 villa Fornhese bij het complex betrokken als
vrouwenafdeling. In 1940 is in de as van het complex, aan de
zuidkant van het terrein een paviljoen voor tbc-patiënten
gebouwd (Heidezicht), omdat tbc relatief veel voor kwam onder de
psychiatrische patiënten. Oorspronkelijk was ook een villa voor
de geneesheer gedacht bij de entree, maar deze is komen te
vervallen.
Ook het terrein is door Van Hoogevest en de
gebroeders Mensink ontworpen en de oorspronkelijke opzet is nog
steeds goed herkenbaar. Zoals gezegd waren de belangrijkste
gebouwen op symmetrische wijze langs een centrale as, de
oprijlaan, gesitueerd. Het park zelf werd uitgevoerd in een
gemengde landschapsstijl. Direct rond de gebouwen werd een
plantsoen of grasperk aangelegd, terwijl rondom het bos
gehandhaafd bleef. De samenhang tussen het gebouw en het
plantsoen werd vergroot door bijvoorbeeld het uitmetselen van
plantenbakken en tuinmuurtjes.
Psychiatrische
centra in de eerste helft van de twintigste eeuw
Sinds het laatste kwart van de negentiende eeuw lagen
psychiatrische centra bij voorkeur geïsoleerd in bosrijke
gebieden. De patiënten werden uit hun ziekmakende stedelijke
omgeving gehaald en daar ondergebracht waar de natuur een
helende werking op hun lichaam en geest kon hebben.
Zoals sinds circa 1885 gebruikelijk was voor
gestichten, werd Zon & Schild opgezet volgens het
paviljoenstelsel, waarbij iedere functie een eigen gebouw kreeg
en de gebouwen verspreid over een terrein werden gesitueerd. Dit
maakte het mogelijk om een grote samenhang met de omringende
natuur te bewerkstelligen en tegelijk om een scheiding te maken
in de huisvesting van “rustigen” en “razenden”, armen en rijken,
mannen en vrouwen. In de jaren twintig en dertig van de vorige
eeuw werden de meeste centra, net als Zon & Schild, vormgegeven
in een zakelijk-expressionistische stijl. De gebouwen werden
omringd door een landschapspark met bossages, open ruimten en
slingerende paden, maar ook met kassen en moestuinen waar de
patiënten werkten. De verschillende klassen en patiëntgroepen
hadden eigen, afgescheiden tuinen.
Behandeling van psychiatrische patiënten
In de jaren dertig speelde bij de behandeling van de
psychiatrische patiënten op Zon & Schild, net als bij andere
gestichten, het rustig maken van patiënten een belangrijke rol.
Dit poogde men te bereiken door middel van bed- en
badverpleging: patiënten lagen in bed in grote zalen. Er waren
zogenaamde kalmeringsbaden waar patiënten gedurende langere tijd
in lagen (ingesmeerd met vaseline tegen verweking). Ook werden
kalmerende middelen toegediend. Tegelijk werd geëxperimenteerd
met nieuwe therapieën als een slaapkuur of prikkeltherapie
(bloedtoediening). Een belangrijke plaats werd ingenomen door
arbeidstherapie. Patiënten werden aan het werk gezet in de
tuinen van het gesticht of vervaardigden meubelen en andere
benodigdheden voor het gesticht. Ook de bewegingstherapie was in
opmars en er werd letterlijk ruimte gemaakt voor sport- en
spelvoorzieningen.
Sanatoria
in het interbellum
Na de Eerste Wereldoorlog deed een belangrijke vernieuwing zijn
intrede in de psychiatrie: het sanatorium. Deze kliniek was
bestemd voor een nieuwe groep patiënten, de zogenaamde
“zenuwlijders” die zich vrijwillig lieten behandelen. De
patiënten vormden geen gevaar voor de samenleving en waren zich
bewust van hun eigen problematiek. Sanatoria richtten zich in
eerste instantie op de rijkere patiënten die zelf hun verzorging
betaalden. Pas in 1929 konden gemeenten verplicht worden de zorg
voor arme zenuwlijders te betalen als gevolg van een wijziging
van de Armenwet. Hebron is een van de eerste sanatoria op
religieuze grondslag: tot 1929 konden alleen psychiatrische
centra onder openbaar bestuur een kliniek stichten.
Dankzij de sanatoria verdween het negatieve imago
van de gestichten. Ook voor de architectuur van de
psychiatrische centra betekende het sanatorium een verandering:
voor de logistieke organisatie, voor de ordening van de
verschillende functies en bovenal door de bouw van de luxueuze
gebouwen als uiting van de nieuwe status van de psychiatrie. Het
sanatorium werd als aparte afdeling gerealiseerd, soms op grote
afstand van het gesticht. Bij Hebron is dit heel duidelijk te
herkennen in de eigen naamgeving en de eigen entree aan de
Utrechtseweg.
Zon & Schild sluit aan bij de gangbare opzet van
psychiatrische centra uit de jaren dertig: qua architectuur en
qua terreininrichting. De opdrachtgever is een voorbeeld van de
steeds verdergaande verzuiling. Met de stichting van Hebron
heeft de opdrachtgever ingespeeld op de nieuwste ontwikkelingen
in de psychiatrische zorg. Zon & Schild vertegenwoordigt een
bijzonder stukje maatschappijgeschiedenis.
Bronnen
Gesigneerde en gedateerde bouwtekeningen uit Archief Eemland.
R. Houtsma, Hoe God op Zon & Schild veranderde, z.p.
2004.
A. Kerkhoven, Beeld van de psychiatrie 1800-1970,
Zwolle/Utrecht 1996.
N. Mens, De architectuur van het psychiatrisch ziekenhuis,
Wormer 2003.
Interview met de heer J. den Boer.
Vorige
nieuwsberichten:
> Villa De Cirkel en de antroposofie